moederschap/persoonlijk

Plaatjes en praatjes: januari t.e.m. maart 2022

> Zieke kindjes. Het doet iets met een moeder. Of toch met mij. Met hondzieke kindjes draait het aapje in mijn hoofd overuren. Hebben ze warm genoeg, of te warm? Is het normaal dat ze zoveel slapen? Is het griep, of iets erger? Gaan we (opnieuw) naar de dokter? Moeten we hen iets geven? Of net op hun lichaam vertrouwen? Wat met het werk dat blijft liggen? Even mee rusten na zware waaknachten? Of snel een berg verzetten tijdens hun zetelslaapjes? You get it − of ben ik de enige die zich dan koortsachtig veel vragen stelt?! Een vol hoofd dus. Maar ook een vol lijf. Vol zieke hoofdjes die op mijn schouder rusten. Vol neuzen die hun snottebellen aan mijn kleren afvegen. Vol koortshandjes die verzachting zoeken in mijn schoot. Vol overgaveknuffels die mij terug katapulteren naar hun platte boorlingentijd.Ik probeer mee te zakken, in de hoop dat ook hun koorts zal zakken. Vol overgave. Vol liefde. Vol warmte. En tegelijk ook leeg. Op. Van alle vragen. Alle waken. Al het gepuzzel. Alweer. Raar hoe je soms snakt naar stilte en rust, tot je kind zo ziek als een hond in de zetel ligt. Zo stil. Té stil. Dat onze aapjes zich maar snel weer lekker (zichzelf) voelen.

> Vijf vieren. Vijf jaar geleden aten we pita, waardoor ik twijfelde of ik nu weeën of krampen had – het bleken weeën, want ze eindigden met Mon. Op vier februari werd hij vijf. Dus dat vroeg om een feestje met vier vrienden, vijf als je kleine broer Sus meerekent. Het startte binnen, met veel cadeautjes en decibels. Om het geluid wat te dempen, bakten we een enorme stapel pannenkoeken. Een succes! Tot de buikjes vol en de mondjes leeg waren. Tijd om naar buiten te trekken, voor wat frisse lucht en frisse moed. Daar speelden we 1-2-3-piano met twee dino’s, een vleermuis, een piraat, een goedgemutste vader en een kleine werfleider. We vergaten de tijd. Én de stapel overgebleven pannenkoeken die nog onbewaakt op tafel stond. Logeerhond Kike speelde ze in 1-2-3 naar binnen, voor iemand kon omkijken of hij zich richting tafel bewoog. Hij ging met de grootste buit lopen, maar zal misschien wél met krampen eindigen.

> Tussen angst, hoop en liefde. Ik ging drie dagen op stap in een wereld die ik niet zo goed kende. Een wereld waarin je te horen krijgt dat je kanker hebt. Een wereld die plots stilstaat. En dan weer te snel doordraait. Ik ging drie dagen graven in verhalen van zes unieke vrouwen, voor Warriors Against Cancer. Ze lieten zich vol overgave maquilleren, uitvragen en fotograferen. Zo mooi om te zien hoe ze ons met open armen ontvingen. Hoe ze zich openstelden. Hoe ze helemaal open bloeiden. Wat ik onthoud uit deze drie dagen? Leef nú. Leer loslaten. En wees niet te streng voor jezelf. Ik ben dankbaar dat ik mag meeschrijven aan dit verhaal. Dat ik vragen mag stellen die anders in vele hoofden blijven hangen. Dat ik antwoorden mag ontvangen die anders blijven steken achter een krop in de keel. Dat ik hun portretten mag omkaderen met tekst. (© Bram Mönster)

> ‘Nee, ekke doen!’ Hij wilde niet dutten: ‘nee!’ Hij wilde wandelen, en zelf de route bepalen − langs de bloemetjes in elke voortuin, dwars door het maïsveld, over de berg met brandnetels: ‘ekke doen!’ Zijn twee meest gebruikte zinnetjes momenteel, liefst gecombineerd: ‘Nee, ekke doen!’ Hij komt er allemaal mee weg. Dankzij die blinkende blauwe ogen die zich als kleine deugnieten verstoppen achter zijn donkere lange wimpers. Dankzij die schattige krulletjes die vrolijk hun eigen(zinnige) kant opspringen. Dankzij die bolle kaakjes en peuterlipjes waaruit de grappigste zinnen ontsnappen, of een spontane ‘hallo’ naar voorbijgangers. Hij is een mensenmagneet. Echt. Overal waar we komen begint wel iemand spontaan te praten of te lachen. Een mensenmagneet die gerust nog wat mag blijven plakken aan zijn moeke. Mijn niet meer zo kleine baby, die ‘ekke’ toch uiteindelijk in de draagzak mocht ‘doen’ voor het grootste deel van de -duidelijk slaapverwekkende- wandeling. Hij mag na de paasvakantie naar school (help). Maar hij blijft mijn kleinste zoon. 

> Column, column. Ik volgde een cursus column schrijven bij Wisper in Gent. Gedeeltelijk om inspiratie op te doen. Gedeeltelijk om feedback te krijgen. Zelfs gedeeltelijk om sociaal te zijn. Maar vooral om schrijftijd te kopen van mezelf. Hoe erg is dat?! I know. Anders schuif ik het schrijven vaak aan de kant. Of typ ik niet meer dan één ‘n’ in mijn zoekbalk − van Netflix. Dus geef ik inschrijfgeld én tegelijk een schop onder mijn eigenste kont. Om content te maken en content te zijn. Want ik leerde weer bij, van anderen en over mezelf. Intussen is ook mijn archief wat teksten rijker en mijn hoofd wat ballast armer. Benieuwd wat ik schreef? Lees gerust mee, van les één tot vier: 1 Teken of toeval?, 2 De muur van angst, 3 Kriekenkoeken op zondag, 4 Het klimaat. Een leuk extraatje: mijn laatste twee columns werden getipt op Azertyfactor door vakspecialisten Ingrid Vander Veken en Arno Boey, met onder meer deze lovende woorden (bloost onwennig en trots)

‘Rien omzeilt die valkuilen met een dosis humor en zelfrelativering. Het geheel is luchtig, en toch relevant. Licht, en toch op het scherpst van de snee. Ik las deze column met een glimlach, maar keek achteraf net iets langer in de spiegel, geconfronteerd met mijn eigen onzekerheden. Dat is wat columns op hun best kunnen doen: in alle talige luchtigheid raken waar het pijn doet, soms pas uren nadat de woorden zijn uitgestorven.’

> Laat je niet bedriegen door die puppy-ogen. Dan heb ik het over die rakker vanboven in de roedel. He’s a wild dog. Hij doet zijn ding en laat zich niet snel tegenhouden. Rechtstaand schommelen, van de trampolinerand naar beneden springen, op één been vanboven op de trapladder staan (terwijl hij ook nog een ijsje eet), met bomvolle kaken op de leuning van zijn eetstoel zitten, overal opklimmen – inclusief onze logeerhond Kike. Die laatste voelt zich soms de eucalyptusboom die niet kan ontsnappen aan onze knuffel- en grijpgrage koala. Als Sus na veel waarschuwingen van ons én van de hond toch (te) overenthousiast doordoet, eindigt het hier al eens met een attaqueske, van mijn hart én van de hond. Die laatste bijt dan uiteindelijk van zich af, door met zijn tanden langs Sus zijn gezicht te krassen. Uit onmacht, als zijn engelengeduld op is – sounds familiar. Maar zelfs dan gaat onze koala vrolijk door. Hij laat zich niet snel tegenhouden en doet zijn ding. Het blijft als ouder toch zoeken naar dat evenwicht tussen beschermen en loslaten. Want de ‘wie niet horen wil moet voelen’-littekens laten niet meer los, ook niet die van de hondenbeet boven zijn wenkbrauw – niet van Kike, maar van een andere hond die hij beschouwde als eucalyptusboom.

4 thoughts on “Plaatjes en praatjes: januari t.e.m. maart 2022

  1. Alweer schitterend als altijd, gefeliciteerd! Je hoeft helemaal niet te blozen als je trots bent: de lovende woorden van Ingrid Vander Veken en Arno Boey zijn niet meer dan terecht. Geniet hiervan tenvolle!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s