persoonlijk/plaatjes en praatjes

Plaatjes en praatjes: februari 2021

> VIERen. Vier is hij al. Vier en al bijna volwassen, of zo lijkt het soms. Onze kleine professor pingelt niet alleen naar duizend antwoorden maar trakteert ons even vaak op een (eigen)zinnige uitleg. Hij maakt ons leven intenser, zoveel is zeker. We hebben er ons vier handen mee vol. Want hij leeft voluit: vol springerige energie, luid verdriet, explosieve kwaadheid, stralende vreugde, diepe angsten, platknijpende knuffels, vurig temperament en gevoelige snaren. Daar houden we van, al vraagt het best een groot stuk van onze taart. Hij daagt ons uit om nieuwe deuren te openen, naar hem en onszelf, al krijgen we ze ook soms keihard tegen onze neus. Zot van rollenspelletjes met auto’s, van puppy of poesje spelen, van moestuinieren met zijn vake, van mountainbikeroutes temmen met zijn loopfiets, van insecten vangen en bestuderen, van kleurboeken vullen met stiften en fantasie, van zijn moeke en vake dicht bij hem. Onze lieve Mon, met zijn grote mond waar zoveel uitkomt … maar op zijn verjaardagsfeest vooral veel ingaat, voornamelijk taart.

> Een (natuur)historisch hoogte- en dieptepunt. ‘Hoe zijn de dino’s gestorven? Hoe is de mens ontstaan? Waar komt water vandaan?’ ‘Euh, zullen we voor jouw verjaardag anders naar het dinomuseum gaan?’ ‘Jaaaa!’, knettert het uit zijn ogen en tapdansende voeten. De trein naar Brussel is het eerste avontuur. Hij geniet maar zit vooral met zijn hoofd al bij het volgende: ‘wanneer zijn we in het museum?’ Als we toekomen, raast de spanning door zijn ik-weet-mij-geen-blijf-meer-lijf. Zijn hoofd en ledematen springen alle kanten op, en wij stuiteren mee. Van links naar tyrex (haha, sorry), van steen naar steen, van dino naar dino, van dier naar daar (I did it again). Precies een bal in een flipperkast, waar telkens iemand tegen stampt als het dreigt stil te vallen. Tijdens de lunchpauze rolt onze flipperbal toch dat diepe donker gat in. Zijn boterham wordt bestrooid met zoute traantjes. Wij houden onze armen open, en daarna de deuren van het volgende level in het Natuurhistorisch Museum: de opgezette dieren. Hij kijkt, net als hen, met opengesperde ogen rond. Hij vraagt, voelt en verdwijnt in hun wereld. Om daarna weer buiten te stappen in de echte wereld, waar we door de regen richting station moeten. Samen met de wolken gaan ook zijn sluizen open. Er dreigde al de hele dag onweer op deze leuke maar wisselvallige dag. Gelukkig is de trein altijd een beetje reizen, en ook vaak stilstaan. We kunnen het wel even gebruiken voor we thuis arriveren.

> Ziek op de dag van zijn verjaardag (ja, zijn feestje en museumbezoekje volgden pas later). Het gebeurt niet vaak. Maar als hij ziek is, is het meestal raak. Dan haalt hij hoge temperaturen en plakt hij aan mij of aan de zetel – of aan beide tegelijk. Hij slaapt, vraagt nabijheid en slaapt nog meer. Hij luistert naar zijn lijf, en vraagt ook aan het mijne om naar hem te luisteren: ‘moeke, kom je bij mij in de zetel zitten?’ Dat doe ik dan, als het kan. Met een boekje of de laptop, even samen (de temperatuur laten) zakken. Want zo’n lijf kan meer dan je denkt, als het tijd en energie krijgt. En laat dat nu net zo moeilijk zijn in onze drukke prestatiemaatschappij, om die tijd te nemen voor jezelf of je kind. Om te luisteren naar je lichaam, om te rusten, om je immuunsysteem zelf te laten vechten. In plaats van de pijn weg te slikken, al dan niet met medicatie, en gewoon door te gaan. Oké, soms is het eens nodig om door te doen – maar zeker niet altijd. Oké, soms neem ik ook eens een Dafalgan tegen de hoofdpijn – maar dan kruip ik in bed en hoop ik vooral beter in te slapen. Ik ben niet tegen medicatie, wel voor bewust (niet) kiezen voor medicatie. Dus geven we zelf het goede voorbeeld, ook als hun kleine soldaatjes ons nodig hebben. Niet altijd simpel, want samen met de koorts gaan de twijfels hier vaak de hoogte in. Je ziet je kind graag en voelt je verantwoordelijk. Gelukkig vind ik dan steun bij mensen die mijn twijfels helpen dragen – you know who you are. En ja, ik zoek uiteraard ook het internet af (dit hielp mij onder meer), stalk Sven met vragen, ga voor de zekerheid toch op controle naar de huisarts en probeer intussen mijn gevoel te volgen (voel je het knetteren tot daar?) ‘Ik ben blij dat ik op mijn verjaardag thuis mocht blijven bij jou’, eindigde Mon nog in bed, ‘zelfs al mocht ik anders donuts uitdelen in de klas.’ Vegen jullie mij dan bij elkaar na zo’n sweet opmerking – en die 30 donuts die we al kochten?

> Experimenteren met eten. Dat mag hier meestal wel maar soms ook niet – we zijn ook maar mensen, met wisselende grenzen en gemoedstoestanden. Mon zou de raarste dingen combineren, meestal met succes maar soms ook niet. Spaghetti met yoghurt, stroop met komkommers, tonijn met rozijntjes. “Lastig? Soms. Maar tegelijk leert onze vierjarige dat hij niet altijd binnen de lijntjes moet kleuren, wat zijn creativiteit en zelfstandigheid stimuleert. Sommigen voelen een smile opkomen bij het idee, anderen eerder irritatie. In welk team zit jij? En heeft het zin om je kind te laten spelen met eten?” Ik schreef er een artikel over voor De Gezinsbond, mocht je graag verder lezen. Wie de shortcut wil, hoeft alleen dit te weten: ‘Zeg geen ja als je een nee voelt. Je stelt beter een grens voor je kind dan dat je over je eigen grenzen gaat en kwaad wordt.’

> Neefjes on ice. Het vriest dat het kraakt maar bij deze foto smelt ik een beetje. Wat startte met voorzichtige voetjes op het dikke ijs van een overstroomde akker, evolueerde snel naar sleeën on ice, voetbal on ice, tikkertje on ice, op je bek gaan on ice, babyschuiven on ice en knuffels on ice. Ik genoot ervan, hoewel het niet mijn favoriete weer is. Want samen met het ijs of de sneeuw onder mijn voeten, kraken mijn vingers en tenen mee. Die bevriezen sneller dan dat ik de veters kan knopen van mijn kinderen hun schoenen. Na een tijdje kan ik die ellendige uitsteeksels met moeite nog bewegen. Geen lachertje. Geef mij warme vingers en tenen en ik hou wel meer van de kou. Van breekbare ijssterren op je autoruit, van grassprietjes met kleine ijstandjes, van krakende sneeuw onder je voeten. En van zo’n verwonderde kindersnoet met een goudrode gloed.

> Had ik dit maar vroeger gelezen, dacht ik bij ‘De taal van huilen’ van Aletha Solter. Ik kon Mon als baby niet horen huilen, laat staan hem alleen laten huilen – wat nogal een probleem was, aangezien hij dat extreem veel deed. Alles probeerde ik om hem te troosten, en hem dus eigenlijk te laten stoppen met wenen: wiegen, rondwandelen, zingen, wrijven, masseren, knuffelen, eten geven en uiteraard ook meerdere dingen gecombineerd. Maar dit boek heeft dé oplossing, namelijk géén – say what?! Je hoeft het wenen niet op te lossen, maar het gewoon te laten zijn. Oké, dit is nu even kort door de bocht want soms communiceert je baby wel om iets duidelijk te maken zoals honger of pijn of een vuile pamper (of uiteraard ook meerdere dingen gecombineerd). Maar er bestaat dus ook zoiets als ‘ontladend huilen’, om opgebouwde spanning los te laten. Het beste wat je dan kan doen, is er gewoon zijn en het huilen liefdevol ontvangen. Had ik dat bij Mon maar geweten, denk ik dan. Dat zou mij – en wellicht ook hem en ons gezin – veel stress en tranen hebben bespaard. Maar soit, het is nooit te laat om te leren. En ook nu ben ik er nog heel veel mee. Voor Mon en Sus, maar ook voor mezelf en iedereen die nood heeft aan wat spanning loslaten in woede of tranen: ik vang ze op maar los ze niet op. En dat is absurd genoeg vaak de oplossing.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s