moederschap/plaatjes en praatjes

Plaatjes en praatjes: juli 2020

> Samen onder een blader- en vakantiedak. Een (schoon)zus en (schoon)broer met twee keer twee broertjes (slash neefjes) in één Ardens vakantiehuis. Klinkt dit als chaos? Dat was het meestal ook. Soms zalig genieten, soms overprikkeld ergens de rust proberen opzoeken − spoiler alert: die was moeilijk te vinden. Gelukkig klaterde naast de tuin een kalmerend riviertje. Daar bouwden de jongens samen dammen waar ze met gespreide armen en bewust geplaatste voetjes overheen stapten. Daar zochten ze naar blaadjes, takken en stenen als zwijnen naar truffels. Opgefokt en wild wroetend. ‘Het zijn kleine wetenschappers’, hoor ik Kristien Wollants nog zeggen in een van haar Radio Mama-podcasts, ‘ze willen testen en experimenteren om te leren’. Met de focus en vormspanning van een jachthond, gooien ze hun aardse schatten in de stroming. Plons! Hun ogen smelten naar fluffy puppymodus en hun benen kwispelen automatisch mee − neenee, kinderen zijn geen puppy’sI know, Jürgen Peeters.

> Bootje verven en varen. Hij heeft geen zittend gat, behalve als dat tongetje tussen zijn lippen zit geperst. Dan verkeert hij in opperste concentratie, zoals hier: in zijn rol als bootbouwer. Vake speelde kapitein over het zaagwerk, matroos Mon stond in voor kleur en vormgeving. Ze zochten samen takjes en blaadjes, speelden met verf en maakten gaatjes. Zo lieten ze de tijd even varen, verankerd in het moment. De rivierdoop was hun moment suprème. Mon liet zijn regenboogboot meevoeren met de stroom. Een keer, twee keer en eindeloos veel meer. Zijn boot hing vast aan een lang touw dat dienst deed als reddingslijn. Zo zat hij even volledig ondergedompeld in zijn eigen wereld: telkens opnieuw loslaten en weer aantrekken − als dat geen mooie metafoor voor het leven is.

> Vier op vijf. Sommige periodes vraag ik mij af hoe ik ook maar een pagina gelezen krijg (zonder in slaap te vallen in de zetel). Andere periodes verzet ik bergen letters, zoals deze vakantiemaand. Ik las vier van de vijf boeken die je hierboven ziet op mijn salontafel, met ‘Normale mensen’ als favoriete aanrader. Bij ‘De 100-jarige man’ geraakte ik niet in de flow, al kan ik niet zeggen waarom precies. Ik start regelmatig in een boek waarbij ik strand tussen twee hoofdstukken omdat ik niet verzonken raak in het verhaal. Soms zegt dat iets over het boek, soms over het moment in mijn leven, soms over mijn focus of energie. Vroeger had ik het moeilijker om een half gelezen boek opzij te leggen. Twee kinderen later is mijn tijd te schaars om de uitleesautist in mezelf te pleasen. Geen klik met de stijl, de opmaak of het verhaal? Next please! Wie nog leestips durft te geven: altijd welkom − deze boeken las ik al, om een idee te geven.

> De dikkie dikste vrienden. Nooit gedacht dat er in zijn eerste schooljaar al zo’n intense vriendschap zou ontstaan. Hij spreekt over veel kindjes uit zijn klas, maar eentje steekt er met kop en schouders (of eerder met even vuilgemaakte broeken en schoenen) bovenuit. Mon en Tuur − toevallig ook Mon zijn tweede naam, want mijn broer (slash peter van Mon) heet ook Tuur. Ik vind het heerlijk om hen samen bezig te zien, hun gesprekjes stiekem af te luisteren en hun spiegelneuronen overuren te zien draaien − ‘ik wil sneakers aandoen op school want Tuur heeft ook sneakers’. Kleine aapjes, die even veel houden van elkaar als van stokken en stenen verzamelen. PS: check dat schouderriempje van Mon zijn salopette − hij doet die graag zelf dicht na elk toiletbezoek, op zijn eigen(zinnige) manier. Love it!

> Buitenboys. Steek ze buiten om verbinding te maken met hun binnenkant. Om creatief te zijn met wat ze vinden. Om aarde, blaadjes en zand te eten − in my offense: dat is goed voor hun immuunsysteem. Om vitamine D te halen uit die zonnestralen. Om insecten te spotten die zich snel tot vriendjes ontpoppen. Nature of nurture? Onze jongens herleven als hun groene longen zich vullen met blauwe buitenlucht. Meestal toch, want soms krijgen we ze met geen stokken buiten. Even vaak brengen ze stokken mee naar binnen − zit de boekentas van jullie kinderen ook elke dag vol takken en stenen, of is die van ons de enige met een diepgewortelde drang naar een taksteenmuseum?

> Daddy dear. Ik geef het toe: ik durf wel eens denken (en zagen zeggen) dat ik als moeder de zwaarste taak heb − ze zien mijn lijf en beginnen te janken of plakken. Maar ik geef ook toe dat vadertje Sven de taak vaak lichter maakt. Luchtiger. Lacheriger. Speelser. Soms spontaner. Hij denkt niet (of minder) aan alle ongelukjes die kunnen gebeuren als hij ze gierend in de zetel gooit. Hij laat ze ontdekken dat het pijn doet om van een trapje te vallen in plaats van zijn vangreflexen op de proef te stellen. Hij vertrekt naar het bos zonder zich een (rug)zak aan te trekken van eten en drinken, pampers of reservekleren − terwijl moeder woedebuien probeert te vermijden mocht er een kous nat worden. Hij doet maar. En dat werkt vaak − natuurlijk ook omdat mijn denkmolen meedraait achter de schermen. Ik geef het toe: het is zeker niet altijd gemakkelijk. Maar ik geef ook toe dat vadertje Sven de man is met wie ik het graag doe, van gezinnetje spelen. Melig? Dan moet je de foto hieronder zien … ik smolt gewoon ter plaatse toen ik dit zeldzame tafereel buiten spotte − onze Mon doet normaal niet van dutjes.

One thought on “Plaatjes en praatjes: juli 2020

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s