kinderboeken/tekst & taal/tips

Wat ik leerde in de cursus ‘Van kinderboek tot young adult’ – les 2 & 3

f22ae0d0f217bb41944a3d7aadb8f207

Ik volgde onlangs de schrijfcursus ‘Van kinderboek tot young adult’ bij Wisper in Gent. Het verkooppraatje beloofde mij tips en aanmoedigingen om te schrijven voor kinderen en jongeren. En daar zei ik geen nee tegen. Benieuwd wat ik leerde? Ik deel met plezier wat tips, inspiratie en opdrachten uit de les.


SCHRIJFOPDRACHTEN
(LES 2 & 3)

Opdracht: Laat je personage iets drinken met een geheim, opgelegd gevoel – in mijn geval ‘moe’ – dat de klas moet achterhalen aan de hand van je tekst.

Lustte ik nu maar koffie. Dat drinkt moeke ’s morgens ook om de dromen uit haar ogen te wrijven … met een wolkje melk. Mmm, melk. En wolkjes. Had ik nu maar zo’n zacht, wollig exemplaar om mijn hoofd in te begraven. Dan hoefde ik mijn slaap niet te ondersteunen met mijn lege hand. In mijn andere hand zit een oor van een tas. Een zonder koffie maar mét een wolkje melk. Soms is het idee op zich al sterk genoeg. Al zie ik voorlopig alleen het wit van de schaapjes die ik niet wil tellen.

Opdracht – deel 1: Schrijf een scene met meer dan één personage op basis van de geur, het geluid en het tijdstip dat je op een geheim briefje krijgt – in mijn geval ‘protje, blaffen en middernachtmis’.

“Nee, nog niet lieverd.”
“Maar waarom niet mama. Ik wil nú mijn cadeautje!”
“Na de middernachtmis heb ik gezegd. En laat mama nu verder werken.”
Toen dook ze met haar scherpe neus en strenge blik opnieuw de keuken in om hapjes te maken.
“Broer. Broertje kom eens”, gebaarde ik.
Zijn nieuwsgierige ogen rezen langzaam boven de blokkentoren die hij stapelde.
“Kom, ik moet je iets tonen.”
Hij schuifelde dichter.
Ik haalde zo stil als ik kon mijn cadeautje van onder de groengeurende kerstboom.
“Wat denk je dat erin zit broertje?”, vroeg ik in de hoop iets los te peuteren.
“Een protje”, antwoordde hij met een brede lach die zijn kaakjes nog boller maakte.
Vreselijk, die pipi-kaka-fase.
“Ik hoop dat het een hond is”, blafte ik enthousiast. “En als je het mij vraagt”, en toen stak ik mijn neus diep snuivend tussen de spleet van het blinkende cadeaupapier, “ruikt het zelfs naar natte hond.”

Opdracht – deel 2: Schrijf dezelfde scene vanuit een ander vertelstandpunt of perspectief.

Soms zou je die lastpakjes liefst gewoon zelf in een cadeautje onder de kerstboom leggen.
Ik zie mij al staan in de winkel: “Inpakken mevrouw?”
“Met geluidsdicht papier graag. En een strak dichtgesnoerde strik om hun mond!”
Nee, ik mag zo’n dingen niet denken. Het is de stress van de hapjes die me beetneemt. Maar toch … toch denk ik soms dat we beter gewoon een hond hadden genomen. Al moet je er wel die vuile, natte geur bijnemen. Geef mij dan toch maar mijn twee kleine protjes … die trouwens verdacht stil zijn in de living. Dat betekent meestal kattenkwaad.
Ach wat, laat ze maar. Ik blijf lekker in mijn keuken tot de middernachtmis

 

TIPS & TRICKS (LES 2 & 3) 

Schrijftips

> Wees kort, visueel en concreet. Zeg bijvoorbeeld niet ‘ze begon te ontbijten’ maar wel ‘ze beet in haar croissant’; of niet ‘hij hoorde zijn vader de trap oplopen’ maar wel ‘vader liep de trap op’.
> Schrap herhaling en overbodige woorden/zinnen – het helpt om je tekst hardop te lezen.
> Schrijf actief en begin direct met de actie om je lezer in je verhaal te trekken.
> Splits zinnen. Of onderbreek bijvoorbeeld eens met een geluid.
> Wissel niet van perspectief binnen hetzelfde verhaal.
> Schrijf echte dialogen. Maak jouw dialogen compact en gebruik ze niet om informatie in te dumpen, zoals “Mama, je weet toch dat ik vegetariër ben.”
> Vraag feedback.

Denk na over je verhaalopbouw: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe.

> Wie = personages
° Leer je personages goed kennen. Hiervoor kan je de vragenlijst gebruiken van Marcel Proust met vragen zoals wat is je grootste angst, wat zou je aan jezelf veranderen en uit wat voor een gezin kom je?
° Het is boeiend als je personage in de loop van het verhaal een soort van verandering doormaakt.
° Het is ook leuk is als je tweede personage een beetje de tegenpool is van je hoofdpersonage zodat er conflicten ontstaan.

> Wat = tijdlijn/gebeurtenissenketting
° Bepaal een aantal belangrijke scènes in jouw verhaal – en schrijf ze al dan niet op voorhand uit. Je kunt ook de belangrijkste scènes eerst schrijven en die dan aan elkaar breien.
° Stel een (ruwe) structuur op om te vermijden dat je te veel scènes in de vuilbak moet gooien. Elke scène moet een doel hebben en moet dus iets veranderen aan je plot of personage.
° Eens je je personages goed kent beginnen die hun eigen ding te doen en schrijft het verhaal zich soms vanzelf.

> Waar = bestaande of zelf verzonnen wereld
° Let op: als je zelf een wereld verzint, moet je die heel goed in je hoofd hebben.

> Wanneer = tijdperk
° Doe research naar het tijdperk waarin jouw verhaal zich afspeelt, want elk detail moet kloppen.
° Speelt jouw verhaal zich af in de jaren tachtig zonder dat je dit expliciet wilt vermelden? Laat dan bijvoorbeeld een hit uit die tijd op de radio klinken.

> Waarom = drang
° De lezer moet het gevoel krijgen dat er voor het personage iets van afhangt. Laat hem bijvoorbeeld niet alleen naar een schat zoeken, maar laat die schat nodig zijn om een doodzieke vriend te redden.

> Hoe = stijl
° Dit is de manier waarop je schrijft, bijvoorbeeld droog of bloemrijk, kort of juist met veel woorden.


Inspiratie- en boekentips

> Je inspiratie aanwakkeren? Schrijf een uur lang waar je zelf zin in hebt, maakt niet uit wat.

> Lerares Hilde en mijn medecursisten tipten deze boekentitels:
° De poëtische boeken van Geert Dekockere
     ° De genezing van de krekel van Toon Tellegen
     ° The Incredible Book Eating Boy van Oliver Jeffers
° Mama kwijt van Chris Haughton

> Deze websites en magazines bulken van de schrijftips, -weetjes en -wedstrijden:
° Creatiefschrijven.be
° Schrijvenonline.org
° VERZIN, het tijdschrift voor de schrijfliefhebber

> En deze mooie zin hoorde ik in – en stal ik stiekem uit – de les:
“Zijn lippen vormden de woorden maar zijn stembanden stokten in zijn keel.”

Benieuwd naar de tips & tricks uit les 1? Die lees je hier.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s